Verhaal 2
Brussel 1900
Lente 1900, de twintigste eeuw is ingezet, een eeuw die de wereld in een stroomversnelling zal brengen.
Maar in het bruisende Brussel wordt het tempo nog altijd bepaald door de trage tred van de paardentram. Onder de reizigers een jong stel Gertrude en Theophile. Ze staren voor zich uit, geen van beiden zegt een woord. Over hun zorgeloze, passionele relatie hangt nu een donkere schaduw: Theophile moet naar het leger. Zijn legerdienst afkopen, een privilege voor gefortuneerde families, is voor een volkse jongen als hij, geen optie. Tot overmaat van ramp blijkt Gertrude zwanger, wat in het preutse 1900 een taboe is. Snel trouwen in alle discretie lijkt hen een goede beslissing.
Het wordt een huwelijk voor de wet, in het gemeentehuis van Sint -Joost-ten-Node, waar beiden wonen. Gabriela, Gertrudes beste vriendin, is haar getuige. Gertrude mocht voor de gelegenheid Gabriela’s bruidsjurk lenen, een modieuze creatie in ivoorkleurige ribzijde, met een hoog kraagje en een smalle taille. Zo krijgt de sobere plechtigheid toch wat glans.
Wanneer de burgemeester het jonge stel man en vrouw verklaart, beseffen ze eens te meer dat ze voor elkaar gemaakt zijn, in goede en kwade dagen.


